Postbus 16584, 1001 RB Amsterdam, tel 020 5285077, fax 020 3200687
info@taalstudio.nl
Extra's


Lesidee

1. Voeg een wedstrijdelement aan de quiz toe. Laat de leerlingen individueel of in groepjes de quiz maken, met een competitief element, zo mogelijk in combinatie met een (kleine) prijs.
2. Gebruik de quiz als zoek- of verwerkopdracht. Leerlingen kiezen dan een van de onderwerpen en zoeken daarover informatie, maken een samenvatting van het onderwerp of bedenken achtergronden voor een discussie.

Suggesties voor discussie en extra informatie

Hieronder zijn discussiesuggesties en extra informatie te vinden bij de vragen van de Talenquiz van 12 juni 2007.

Vraag 1
Extra
Het aantal verschillende tonen dat wordt gebruikt verschilt per taal. Zo kent het Zoeloe twee tonen (hoog en laag), het Yoruba drie (laag, midden en hoog), het Loeshai vier (laag, midden, hoog en extra hoog), het Thais vijf en het Kantonees Chinees zes tonen. In het Thais en het Kantonees bestaan er naast vlakke tonen (laag en midden) ook tonen die eigenlijk kleine melodietjes zijn (bijvoorbeeld van laag naar midden of van hoog naar laag). Er zijn ook talen die alleen toonverschillen kennen in lettergrepen waar de klemtoon op valt. Dit is het geval in het Litouws, in het Servo-Kroatisch en in de meeste Limburgse dialecten.

Een toontaal dicht bij huis
Ook verschillende Limburgse dialecten horen dus tot de toontalen. Er is wel een klein verschil met de ‘exotische’ toontalen. In de meeste toontalen wordt geen gebruik gemaakt van klemtoon, zoals in Nederlandse woorden wel gebeurt. De plek van de klemtoon is goed te horen in een woord als áppel. Als je de klemtoon verkeerd legt krijg je een heel ander woord: appél. De meeste toontalen kennen dit soort onderscheid dus niet. Een verschil in betekenis wordt daar gemarkeerd door een variatie in de toon. Het Limburgs is een combinatie van de twee. Er is alleen toonvariatie als die toon samenvalt met de klemtoon.
Op de site van het Meertens Instituut kun je een aantal Limburgse dialecten beluisteren. Hier zijn een aantal tips en woorden om op te letten:
• Woorden waarin een toon zit hebben in de lettergreep die het meest beklemtoond wordt òf een lange hoge toon en een gerekte uitspraak (een sleeptoon) òf een toon die van hoog naar  laag gaat, in combinatie met een korte uitspraak (een stoottoon). In veel woorden met maar één lettergreep kunnen beide varianten voorkomen. Voorbeelden: 
* Het korte waeg betekent wegen. Als het woord een beetje slepend wordt uitgesproken   waêg, is het weg. Andere voorbeelden zijn: min (minus of gemeen), vrie (vrij of hofmaken), dao (daar of ziejewel) en oug (ook of oog).
• Ook woorden met meer lettergrepen kunnen twee betekenissen hebben. Eder b.v. kan afhankelijk van de uitspraak ieder of eerder betekenen.
Luister eens naar de Limburgse fragmenten. Kun je toonverschillen ontdekken? In welke woorden?
http://www.meertens.nl/projecten/sprekende_kaart/svg/

Vraag 2
Extra
Meer versprekingen van Bush:
http://www.youtube.com/watch?v=Pa3J-L29iT8&eurl=http%3A%2F%2Fwww%2Ezelan%2Ebe%2Fzelan%2Ffilmpjes%2F1756%2FGeorge%5FBush%5Fcompilatie%2Ehtml#

Vraag 7
Extra
De ‘oermoeder’ van de Indo-Europese talen is het Proto-Indoeuropees, een taal die ongeveer 4000 jaar voor Christus werd gesproken in een groot gebied ten noorden van de Zwarte Zee. Toen de sprekers van het Indo-Europees zich verspreidden over Europa, ontstonden er allerlei verschillende subfamilies, waaronder het Germaans, waar Nederlands en Duits bij horen, en het Romaans, waar Spaans en Italiaans onder vallen

Verdieping
Tijdens de dictatuur van Generaal Franco in Spanje (1939-1975) was het Baskisch een verboden taal. Daarom is er nu een hele generatie Basken (mensen van ongeveer tussen de 20 en 50 jaar) die de taal niet beheerst. Dit laat zien dat de manier waarop taal in de politiek behandeld wordt erg belangrijk is voor het ‘welzijn’ van de taal.
Nederlands verboden
Niet alleen het Baskisch is lange tijd verboden geweest; er zijn meer talen die dit lot hebben ondergaan, waaronder ook het Nederlands. De Nederlandse kolonisators hebben in de VOC-tijd op Java en Bali het gebruik van het Nederlands gestimuleerd door scholen te bouwen en door mensen die Nederlands spraken allerlei privileges te verlenen. Toen de Japanners in 1942 Indonesië bezetten veranderde dit drastisch: de Japanners verboden het gebruik van het Nederlands. Hoewel de Indonesiërs na het vertrek van de Japanners fel tegen Nederlandse invloeden waren, sprak een deel van de bevolking – waaronder de president – nog steeds de taal. Sinds 1963 is het Nederlands geen officiële taal meer in Indonesië. Er zijn nu nog maar weinig Indonesiërs die Nederlands spreken, eigenlijk alleen de ouderen die de taal hebben geleerd vóór de bezetting door de Japanners.

Handvest
Sinds 1998 bestaat er een Handvest dat Europese minderheidstalen in de Europese Unie beschermt. Overheden mogen talen nu dus niet meer verbieden; het gebruik van minderheidstalen wordt juist aangemoedigd. Voor meer informatie over dit handvest, en over de talen van Europa:
Wikipedia

• Zie ook het archief van suggesties voor discussie en extra informatie.